De middeleeuwse scriptoren verdienen ons respect en onze dankbaarheid. Met engelengeduld schreven ze boeken over of vertaalden ze. Zonder hen zouden de meeste oude werken verloren zijn gegaan.

22 augustus 2016

Suzanne Brink - Grootser dan ik

 De verleiding van de purple rain* !
 

'De mens is in wezen alleen.'

Grootser willen leven, jezelf overstijgen, welke tiener droomt daar niet van? Maar wie hoog vliegt kan ook diep vallen! Dat ondervindt Sara, een kind van gelovige, behoudsgezinde ouders dat opgroeit in een dorp onder Schiphol. In tegenstelling tot haar fantasieloze vader, die tuinder is, en haar benepen moeder, wil Sara als een ongeduldig piepkuiken uit de schaal breken en kunstenares worden. Op de academie en in het studentenhuis geeft ze zich over aan grensverleggende dagen en nachten. Ze is een hongerige jonge vrouw die haar kleinburgerlijke jeugd maar al te graag wil begraven. Charmante, sportieve Milan lijkt de geknipte grafdelver. Maar er is ook, en vooral, de creativiteit. 'Kunst is voor mij wat God voor jullie is', schrijft ze aan haar ouders. Het zijn de jaren '80, de tijd van Margaret Thatcher, Prince en de elektrische typemachine.

'Milan was een man om voor te vallen in de hoop dat je op tijd zou opstaan,' beseft ze. Toch renderen inzichten het best als je ze aan gedrag kunt koppelen. Omdat allerlei innerlijke krachten hun woordje meespreken, is dat niet eenvoudig. In haar pogingen om goedgekeurd te worden door de populaire Milan, gaat Sara flink over haar eigen grenzen en krijgt uiteindelijk een les in volwassen worden. Grootser willen leven is niet in elke betekenis een aanrader!

Een beeldend kunstenaar heeft een scherp oog. Die kijk heeft illustrator en auteur Suzanne Brink meegenomen naar haar romandebuut. En dat levert mooie stijlbeelden op:
'Theo was een korte Fries met dikke brillenglazen waarachter zijn ogen blauwe knikkers werden.'
'Als ze lachte vormden haar lippen een vierkante lijst.'
'...mijn kamer was de aankomsthal van Schiphol met lauwe koffie en ongemakkelijk draaien op een kunststof stoel terwijl de uren traag vergleden naar de zondagavond.'

© Dawn Hudson
Ook de schets van het studentenhuis en de academie is meer dan geslaagd. Het nachtelijk doorbomen en doorzakken, het geworstel met houtskool, compositie en koeien, het tekenen van de muziek van Prokofiev, de beeldhouwster die hout stroopt, het verschil tussen de nepkunstenaars en zij die het vuur voelen branden...trekken je een biotoop binnen die je voordien niet kende.  

Maar een roman is meer dan een milieustudie. Een fictieboek vraagt om een volgehouden spanningsboog en het toewerken naar een climax. Een coming-of-age-verhaal, zoals aangekondigd op de achterflap, vereist bovendien een innerlijk proces dat via schurende ervaringen leidt tot een scherper bewustzijn van de eigen identiteit. Aan die eye-opener kan het hoofdpersonage dan keuzes en daden verbinden. Op al deze punten blijft Grootser dan ik erg in gebreke. En omdat de psychologie niet uit de verf komt, krijg je als lezer geen echte band met de protagonist.

De bildungsroman is een boeiend maar geen makkelijk genre! Hoewel je in dit boek de intentie van de auteur ervaart, is Sara's zoektocht naar een plek in de wereld helaas te vrijblijvend en dus weinig overtuigend. Voor een doorleefde wrijving tussen mens en leven kun je wel bij Prince terecht!
 
* Purple rain is straattaal voor het ontsnappen aan de realiteit.


Quotering: **½

Uitgegeven bij Ambo Anthos - 2016

10 augustus 2016

S.K. Tremayne - Vuurkind

 Waan en werkelijkheid in het raadselhuis !
 
 
'Ik meen zeker te weten dat zijn overleden moeder door het huis rondwaart.'
 
Wie zich de oude Britse TV-series zoals Inspector Dalgliesh, naar de boeken van P.D. James, herinnert vindt bij Vuurkind een gelijkaardige sfeer. Die wordt opgeroepen door desolate landschappen onder dreigende weersomstandigheden en geheimen van in de tijd gewortelde families en dito landhuizen. In de opvolger van De IJstweeling voert S.K. Tremayne David Kerthen, een telg uit een Cornish geslacht van mijneigenaars, op. Zijn voorouders hebben zich verrijkt op de kap van de witte slaven die in grote getale omkwamen in de tin-, koper- en ijzergroeven of dodelijk ziek werden. Daarbij hoorden ook kinderen die arseenzweren en andere aandoeningen opliepen. Zelfs nu de schachten en ondergrondse gangen alleen nog betekenis hebben als industrieel erfgoed heeft David zichzelf de levensopdracht meegegeven om de duizendjarige dynastie van de Kerthens voort te zetten. En als hij daarbij wordt tegengewerkt schroomt hij slinkse praktijken niet. Een Kerthen heeft nu eenmaal niet snel last van zijn geweten.

Wanneer zijn tweede vrouw, Rachel, na een snel beklonken huwelijk, in de mansion komt wonen en ontdekt dat haar man niet helemaal eerlijk is tegen haar en er ook in de andere richting argwaan ontstaat, ontspoort hun idylle. Bovendien jaagt Rachels stiefzoon, die in de toekomst lijkt te kunnen kijken, haar de stuipen op het lijf. Wanneer de grond als een eroderende zeeklif onder de voeten van de bewoners wegschuift, kondigt zich een catastrofe aan.

Historische mijn in Cornwall
© photoeverywhere.co.uk
Vuurkind is een erg persoonlijk boek. Het ademt liefde voor Tremayne's geboortegrond Cornwall maar ook boosheid om de mensonterende werkomstandigheden in de mijnen. Dat zijn eigen grootmoeder één van de bal maiden (kinderen die stenen met een hamer moesten splijten) was, draagt zeker bij aan de intensiteit waarmee hij het karakter van dit betoverende en tegelijkertijd gruwelijke schiereiland tot leven brengt.

Deze auteur is erop uit de geest van zijn lezers op alle mogelijke manieren te prikkelen. Zo zijn er ook de impliciete verwijzingen naar schrijvers die verwant zijn aan zijn personages. Er is dichteres Sylvia Plath en schrijfster Virginia Woolf, beiden met een kwetsbare psyche en een bestaan dat eindigt met zelfmoord. En voor wie goed oplet ziet parallellen met Daphne Du Mauriers Rebecca, ook bekend van de Hitchcock-verfilming. Niet toevallig spelen de romans van Du Maurier zich in Cornwall af. Het spreekt voor zich dat de authentieke S.K. Tremayne aan dit uitgangspunt een eigenzinnige draai geeft.

Land's End, de verste uithoek van Cornwall
© Pixabay
Net zoals in zijn eerste misdaadroman verleidt de schrijver je hier met een afwisseling van poëzie en beklemming. Uit zijn verbeelding ontstaat een rijk geschakeerde, unieke wereld. Daarbij wordt het aftasten van de randen van de menselijke geest meer en meer zijn handtekening. In 'het huis dat als een verguld kistje in een doornenlaag verscholen ligt' lopen waan en werkelijkheid op een intrigerende manier door elkaar. Vuurkind is ook allerminst een zwart-wit-verhaal. Als het op overleven aankomt bedienen we ons allemaal van kleine en grotere leugens!

Na de grensoverschrijvende lof die De IJstweeling te beurt was gevallen, had de man uit Cornwall de lat voor zichzelf erg hoog gelegd. Toch is deze opvolger, zo mogelijk, nog net iets sterker. S.K. Tremayne is een grand cru en een blijver!


Quotering: *****

Uitgegeven bij Prometheus - 2016

08 augustus 2016

Jane Casey - Na de brand

 Een groot vuur ontstaat in een klein hoekje ! 
 
 
'Mensen moesten met hun tragedies leren leven !'
 
In Na de brand schrijft Jane Casey haar socio-politieke bezorgdheid van zich af. Daarvoor heeft ze een aftands flatgebouw gecreëerd waar kansarme, kwetsbare individuen binnen en buiten de grenzen van de wet proberen te overleven. Tussen deze randfiguren beweegt zich een gerespecteerde burger, een politicus met een dubbel gezicht. 'Dat was het leven: de ene persoonlijkheid uittrekken en de andere aandoen', stelt de auteur met enige bitterheid vast.

Wanneer in de woontoren brand uitbreekt en er slachtoffers vallen, komen rechercheurs Maeve Kerrigan en Josh Derwent, twee vertrouwde Casey-karakters, in actie. In de achterstandswijk wordt de politie op argwaan en zelfs agressie onthaald, niet alleen door verdachten maar ook door mogelijke getuigen. Net zoals probleembuurten in andere grote steden is deze Londense wijk, voor wie blauw draagt, een bijna-no-go-area. Dankzij het jachtinstinct van Maeve en de doordouwersattitude van Josh wordt het langzaam duidelijk hoe een omgevallen dominosteen een cascade van tuimelende blokjes uitlokt. Als de rook is opgetrokken komen er mensen met erg onfrisse kantjes tevoorschijn.

Jane Casey is op haar best als ze haar maatschappelijk engagement verwoordt. Slachtoffers van huiselijk of ander geweld, een uitgerangeerde oude vrouw, de populistische politicus... allemaal roepen ze verontwaardiging op. Personages of instanties die hun verantwoordelijkheid ontlopen kunnen niet op haar begrip rekenen. Ook voor het politiecorps is ze kritisch. Het is niet omdat iemand een uniform draagt dat hij het juiste doet. 'We hebben allemaal dezelfde badge maar dat is alles', laat ze Maeve zeggen.

© George Hodan
Maar een misdaadverhaal moet veel meer bieden dan een levenshouding. En daar wringt het schoentje. Over een geslaagd rechercheverhaal zeg je dat het een strak, boeiend, verrassend plot heeft en gedragen wordt door geloofwaardige, aansprekende karakters. Na de brand scoort op al deze punten een onvoldoende. De aanloop is te lang, het geheel mag compacter, de spanningsboog is te slap, de scènes missen vaak een dwingende kracht. Dat heeft deels te maken met de eindeloze dialogen die bovendien niet vrij zijn van clichés en vaak geforceerd aandoen. Hoe hard een schrijfster haar best doet mag de lezer niet merken. Bij Jane Casey ben je je constant bewust van haar transpiratie aan de werktafel. De kattende omgangstaal tussen Maeve en Josh, die bedoeld is als spanningselement, is daar een voorbeeld van. Je ervaart ze als overdreven en gekunsteld. De psychologie van hun relatie overtuigt niet. Het is niet aannemelijk dat je een man - zelfs een weinig tactvolle, ongepolijste persoonlijkheid als Derwent - die rücksichtlos voor je in de bres springt, aan één stuk door afsnauwt.

Deze misdaadroman is niet slaapverwekkend maar ook niet beklijvend. Wie trouwens meent een boek van 370 bladzijden te mogen vullen moet uit zeldzaam hout gesneden zijnCasey's hout zorgt in elk geval niet voor de uitslaande brand die ze voor ogen had!


Quotering: ***

Uitgegeven bij Ambo Anthos - 2016

31 juli 2016

B A Paris - Behind Closed Doors

 Wie kraakt er eerst ?
 
(Engelse editie)
 
'Hmm, I do so love the smell of fear.'
 
Hoe, in één nacht, een gelukkig mens in een monsterlijk zwart gat kan vallen en verder moet zonder een realistische kans op een uitweg, is het gegeven waarrond de thriller Behind Closed Doors is opgebouwd.

Tot op de dag van hun huwelijk zijn Grace en Jack een droompaar. Maar zodra de handtekening geplaatst is, komt Jacks ware aard naar boven. Mister charming, de succesvolle advocaat, is een wolf in schaapsvacht. Hij blijkt een gestoorde geest te zijn met een drang naar manipulatie en het kwellen van anderen. Om zijn drift te kunnen bevredigen heeft hij een plan bedacht waarbij hij zijn slachtoffer telkens één stap voor is...net voldoende om Grace geen enkel perspectief te bieden. Omdat hij haar steeds meer isoleert van haar sociale omgeving en haar bovendien kan chanteren met Millie, een jonger zusje dat aan Down lijdt, heeft zijn machtsgreep alle kans op slagen.

In Behind Closed Doors zijn de personages almachtig. Ze verbazen, ontroeren, roepen afkeer op, doen je happen naar adem, ze dragen en stuwen het plot. 'Show, don't tell', is een advies dat bij schrijfcursussen gegeven wordt. B.A. Paris maakt je duidelijk hoe je die werkwijze succesvol in de praktijk brengt. De gruwelijke psyche van Jack, een man zonder empathie en zonder geweten, komt helemaal tot leven in zijn woorden en daden die van een grenzeloze creativiteit getuigen. Bij Grace komen haar innerlijke gevecht en niet aflatende overlevingsstrijd bijzonder goed uit de verf. Het zusje met de mentale beperking is aandoenlijk en uiteindelijk verrassend sluw. Een kritische stem zou haar, gezien haar beperkte denkvermogen, wellicht iets te geraffineerd vinden... Maar lezers zullen niet malen om deze kleine grensverlegging.

Een Thais strand:
paradijzen zijn niet altijd wat ze lijken...
© www.adelto.co.uk
Spanning die rechtstreeks voortkomt uit de geest van de karakters is zoveel boeiender en krachtiger dan de elektriciteit die ontwikkeld wordt door externe factoren, twists and turns of fysiek geweld. Minder kundige schrijvers kiezen vaak voor één van deze makkelijkheidsoplossingen. B.A. Paris, daarentegen, toont aan wat intelligentie in combinatie met taalvaardigheid vermag. Met het steekspel dat in haar dialogen wordt opgevoerd, blaast ze je van de sokken! En de keuze van de auteur voor een sadistische geest biedt zoveel meer romantechnische mogelijkheden en leesplezier dan het gedrag van een seriemoordenaar. Kortom: dankzij deze schrijfster stijgt het genre boven zichzelf uit!  

Behind Closed Doors is een langgerekte krachtmeting tussen gedreven individuen waarbij het sterkste hoofd het verschil maakt. Het lijkt wel topsport. En dat is deze literaire hoogvlieger dan ook. Dit manmoedige boek met een strakke spanningsboog mag je gerust close to perfection noemen. Dat de fantasierijke vitaliteit van B.A. Paris snel mag terugkeren in de vorm van een nieuw fictieverhaal!


Quotering: *****

Uitgegeven bij Harlequin - 2016

25 juli 2016

Elena Ferrante - De geniale vriendin - My brilliant friend

Waar het recht van de sterkste heerst, is de liefde afwezig !

Engelse editie
'...there are no gestures, words or sighs
that do not contain the sum of the crimes
 the human beings have committed and commit.'
 
Een halve eeuw geleden heerste er in de volkswijken van Napels een rauwe sfeer. Net zoals in andere onfortuinlijke oorden gold ook daar: wie arm is kent geen mededogen en wie wil overleven moet vechten. Dat betekent dat de personages, mannelijke én vrouwelijke, in dit eerste deel van het vierluik rond de Zuid-Italiaanse havenstad geen lieverdjes zijn.
 
Lila en Elena groeien op tussen scheldende en klappen uitdelende vaders, broers en buurtjongens. Toch doet Lila niet onder voor de mannen. Als haar grote mond de ander niet op zijn plaats kan zetten, gooit ze met scherpe keien of trekt ze een mes. Beide meiden zijn intelligent maar ook voor het recht op scholing moet er gestreden worden. Omdat Elena thuis net iets meer rugdekking krijgt, is zij degene die verder studeert. Hoewel hun wegen niet gelijk lopen en ze elkaar met tussenpauzes loslaten, blijkt er toch een vanzelfsprekende, onverbrekelijke band tussen hen te bestaan.
 
De geniale vriendin-My brilliant friend is dan ook in de eerste plaats een verhaal over een complexe maar rijke vriendschap die allerlei vormen van druk kan weerstaan. Dat beiden blijven dromen in een illusieloze wereld, is een bindende factor. Daarnaast is het een portret van een sociale context die mensen tot het uiterste drijft. Bovendien stelt zich de vraag of je een geweldscultuur, die van de ene op de andere generatie wordt doorgegeven, kunt doorbreken.
 

Elena Ferrante staat erom bekend dat ze een genadeloos oog heeft en dat durft te laten spreken. Haar pen kerft in de menselijke ziel. Zonder schroom benoemt ze onze meest duistere kanten. Jaloezie is een terugkerend thema in haar werk. En haar voorbeelden gaan verder dan de naijver die je voor een rijkere of succesvollere medemens kunt voelen. Zelfs binnen de grootst mogelijke vriendschap, zoals die tussen de buurmeisjes, is er ruimte voor afgunst en gemene trekjes. Hoe sterk beide karakters ook zijn, Ferrante is te nuchter en te eerlijk om ze op een voetstuk te plaatsen. Het vermogen om te confronteren is haar grootste kracht!
 
'If love is exiled from cities, their good nature becomes an evil nature', is een allesomvattende zin in dit boek. In de armoedige buitenwijk van Napels waar deze schrijfster haar personages tot leven brengt, verdringt machismo, eergevoel en verbittering de kans om anderen lief te hebben. Elk sprankje hoop hierop wordt de kop ingedrukt door een permanent gistingsproces. Net zoals de Vesuvius in vroegere tijden kokende lava over de streek uitbraakte, zo bereiken in De geniale vriendin-My brilliant friend onderlinge relaties steeds opnieuw het kookpunt. Het is aan Lila en Elena om de brandwonden te beperken. Maar een overlevingsstrategie houdt niet altijd rekening met ethische grenzen... 
 
 
Quotering: ****½
 
Uitgegeven bij Europa Editions 2012 - Nederlandstalige editie Wereldbibliotheek 2015
 
 

15 juli 2016

Claudia Piñeiro - De goedheid van vreemden

De test van het noodlot !
 
 
'Als je het van de goedheid van vreemden moet hebben,
ben je alleen op de wereld.'
 
Als je jezelf niet wil verliezen in een pijnlijk verleden dan moet je op een dag de moed verzamelen om de confrontatie aan te gaan. In het geval van de Argentijnse Maria Elena Pujol wordt die pijn veroorzaakt door een twintig jaar oude wonde en het zelfverwijt van een moeder die haar zoon in de steek heeft gelaten. Met een hart dat in haar schoenen zinkt neemt ze het vliegtuig van New York naar Buenos Aires. 'Om een privéschool door te lichten', heet de professionele opdracht. Maar alleen zij weet dat op die plek haar demonen wachten. Wil ze haar persoonlijke missie tot een goed einde brengen, dan zal ze zich uiterst kwetsbaar moeten opstellen. Alinea na alinea beleef je haar gevecht met een geest die op het ene moment naar de kern wil gaan en er op het volgende ogenblik van wil wegvluchten. De stress die uit dit conflict voortkomt is meteen invoelbaar.
 
In De goedheid van vreemden leidt een reeks van toevalligheden tot een onomkeerbaar drama. De componenten hiervan zijn een spoorwegovergang, een wat gammele auto en twee kleine kinderen. Toch stelt zich de vraag waar toeval eindigt en verantwoordelijkheid begint. 'Er zijn moeders die geluk hebben en niet door het leven aan dat soort tests onderworpen worden', hoor je Maria zeggen. Omdat de microkosmos van partner en dorp erg snel met een kort-door-de-bocht-oordeel komt, geraakt ze in een isolement. Maar er komt een dag waarop ze sterk genoeg is om de rollen om te keren en van het slachtoffer een vrouw te maken die haar leven weer in handen neemt.

Claudia Piñeiro heeft een krachtige stem. Die wordt gevoed door scherpe observaties en analyses, oog voor details, visuele close-ups (ze is ook scenarioschijfster) en een taal die ontdaan is van franjes. Aan één beeld kan ze een hele wereld ophangen. Zo is de blik op een hand in staat om het plot in een stroomversnelling te brengen. Ook hoe ze de dreigende ondergang van de opgesloten vleermuis gebruikt om Maria's trauma los te weken, is knap bedacht.

 
Een andere overtuigende vondst is de selectie boeken die Robert, haar nieuwe man, haar aanbiedt. Stuk voor stuk dragen ze bij aan het helingsproces van de beschadigde ziel. Er is, bijvoorbeeld, Tramlijn begeerte van Tennessee Williams, beter bekend onder de filmtitel A streetcar named desire. Deze stomende prent leverde Marlon Brando in '52 een eerste Oscarnominatie op. Maar met het machismo van het Amerikaanse zuiden kan Piñeiro niet zoveel. Hedendaagse auteurs leggen liever hun focus op kwetsbaarheid en tegelijkertijd op weerbaarheid. De ineenstorting van Blanche Dubois, de vrouwelijke tegenspeelster, ligt in de 21ste eeuw niet meer voor de hand. '...ik lijk niet op haar', concludeert Maria terecht. En dat is precies wat Robert wil horen.

Ook de titel van deze Argentijnse roman is ontleend aan een uitspraak van Blanche. Maar terwijl de tragische femme fatale deze woorden een cynische lading gaf, krijgen ze van Piñeiro een hoopvolle betekenis. Wie Robert 'te goed om waar te zijn' vindt, mag eens kijken naar de opdracht voorin.
 
Dit boek gaat over véél: over de troost van literatuur en de spiegel die ze kan bieden, over wat een geschreven niet-professionele tekst vermag, over diverse vormen van dood en zelfdoding, over twee mensen die denken elkaar niets te bieden te hebben terwijl ze alles te geven hebben, over de goedheid van vreemden die even zuurstofrijk is als de liefde van een bloedverwant. Dit boek gaat zelfs nog over véél meer...
 
 
Quotering: ****
 
Uitgegeven bij Atlas - 2016
 


10 juli 2016

Simone van der Vlugt - Rode sneeuw in december

Het Wilhelmus van de Watergeuzen !
 

 'Maar het leven heeft hem al op jonge leeftijd geleerd geluk te wantrouwen.'

Hoewel de 14de eeuw met de ravages die pestepidemies en de Honderdjarige Oorlog aanrichtten, de geschiedenis is ingegaan als 'de waanzinnige', kun je dat label evenzeer kleven op de tweede helft van de 16de eeuw toen de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden gebukt gingen onder de furieuze Spaanse repressie en dezelfde verwoestende ziekte. Deze invalshoek heeft Simone van der Vlugt op een indrukwekkende manier uitgewerkt in haar historische roman Rode sneeuw in december.

De 'ijzeren' hertog van Alva, die als landvoogd in dienst van de Spaanse koning Filips II een waar terreurbewind voert, en Willem van Oranje-Nassau, de kwetsbare prins die het met beperkte middelen moet opnemen tegen de Iberische overmacht, zijn de belangrijkste non-fictiefiguren in dit verhaal. Daarnaast nemen de arts Andries Griffioen, zijn vrouw Lideweij Feelinck, de dochter van een lakenhandelaar, en hun oudste kind Isabella, het fictiegedeelte voor hun rekening. Wanneer in beide Nederlanden het protestantisme terrein wint, voelen de katholieke Spanjaarden hun greep op dit gewest verslappen en sturen inquisitoren en legereenheden naar het noorden.

Slot Dillenburg in Hessen (1655), waar Willem van Oranje geboren werd.
Al van op de eerste bladzijden kun je je tegoed doen aan een veelheid van kleine en grote geschiedkundige weetjes die dit verre verleden via al je zintuigen oproepen. Omdat de kennis van de lezer zeer beperkt is, vraagt een geschiedkundige vertelling, meer nog dan een 'gewone' roman, om elementen die scènes tot leven brengen. Research moet de auteur daarbij helpen. Simone van der Vlugt staat erom bekend dat ze als een perfectioniste haar huiswerk maakt. In Rode sneeuw in december heeft deze werkattitude, gekoppeld aan de kracht van haar verbeelding en taalvaardigheid, bijzonder veel opgeleverd! Of het nu gaat over het beleg van steden als Haarlem en Alkmaar, het heldhaftige verzet van poorters en geuzen, gebruiksvoorwerpen en kleding, medische kennis en onwetendheid of het harde labeur van werkers in de lakennijverheid... altijd sta je midden in het gebeuren. En anders dan in doorsnee historische romans wordt de lezer ernstig genomen en schuwt de schrijfster de bredere politieke context niet. Bovendien vormen het feitenmateriaal en de ontwikkeling van de personages een geolied geheel.

Dat geschiedenis zich in essentie herhaalt is een bekend maar ook tragisch gegeven. Met verbijstering stel je vast dat religieuze (en andere) onverdraagzaamheid, machtswellust, de kick die het pijnigen van de medemens bij velen teweegbrengt, het feesten van moordenaars tussen het bloed van pas afgeslachte stedelingen... moeiteloos naar de huidige tijd kunnen verplaatst worden. Gemarteld en geëxecuteerd worden om je denkbeelden en uitspraken is helaas dagelijkse kost in 21ste-eeuwse dictaturen. Maar de nauwgezetheid van deze auteur laat ook fijntjes zien dat aan de morele keuzes van fatsoenlijke burgers een luchtje kan zitten.

Met Rode sneeuw in december treedt Simone van der Vlugt in de voetsporen van de (veel te snel vergeten) P.C. Hooft-prijswinnaar Theun de Vries die meeslepende verhalen koppelt aan invoelbare personages en een achtergrond van genadeloze gebeurtenissen. En net zoals de geuzen het Wilhelmus voor hun leider schreven, verdient deze Noord-Hollandse voor dit werkstuk van internationale klasse de waardering van spraakmakende media!


Quotering: *****
 
Uitgegeven bij Ambo Anthos - eerste editie 2012 - pocketeditie 2016

09 juli 2016

Kees Sluys - De ontdekking van Dafne

 Een topper is niet uit Ikea-hout gesneden !
 

'Ik vind het ook raar als atleten weinig van hun geschiedenis weten.'
(Rutger Smith)

Een beetje auteur of musicus kent zijn klassieken en is er trots op deel uit te maken van een traditie. Sporters hebben meestal wel één of enkele helden waar ze naar opkijken maar zelden een globaal zicht op wie hen voorging. Misschien leven atleten meer in het moment dan beschouwende kunstenaars...

Schrijvers van sportboeken kunnen die leemte opvullen. Met zijn ruim gedocumenteerde geschiedenis van de tienkamp, Snel, hoog, ver (2008), bracht journalist Kees Sluys technische ontwikkelingen, prestaties en drama's van deze discipline tot bij kenners en geïnteresseerde leken. Nu kleurt hij met De ontdekking van Dafne het atletiekverleden verder in.

Dat Dafne Schippers de titel en de cover van deze bundel over Nederlandse sporthelden opeist, ligt voor de hand. De fenomenale sprintster is in de voetsporen getreden van Tinus Osendarp, die in vooroorlogse tijden de snelste blanke ter wereld was. Toch ligt er tussen toen en nu meer dan een tartanbaan verschil. Tot lang na de Tweede Wereldoorlog waren de trainingsomstandigheden beroerd en ondersteuningsprogramma's of sponsoring onbestaande. Het waren decennia zonder dikke kussens, met stalen polsstokstokken, gaten in de sintelbaan, geen sporthallen en dus geen wintertraining, een vulpen als podiumprijs... De heroïek van toen had een ander gezicht dan de heldhaftigheid van nu. Hij was tragischer omdat de atleten en ongelijke strijd aangingen met hun tegenstanders uit Oost-Europa die verbouwereerd naar het Nederlandse amateurisme keken. Ook toen de Hollandse atleten meer rugdekking kregen, bleven de verhoudingen ongelijk. Het D-spook had zijn intrede gedaan. Toppers als Jos Hermens, Ellen van Langen, Rutger Smith... werden medailles, finaleplaatsen en nieuwe kansen ontnomen door pillen en bloeddoping.

Flying Dutchwoman Dafne Schippers
© Getty Images.jpg
Dat een individuele sport alleen de schijn heeft van individualiteit en sport niet los staat van de brede maatschappelijke context, wordt in dit boek helder gemaakt. Dictatoriale regimes offeren de gezondheid van hun atleten en alle morele codes op voor vlag en volkslied. (En laten we in deze tijd ook het megalomane, fascistische Turkije aan dit lijstje toevoegen! mv). Het is verbazingwekkend dat er over het IJzeren Gordijn heen atletenvriendschappen ontstonden. Bij andere gedupeerden, zoals Rutger Smith, overheerst de begrijpelijke bitterheid. Ook na de val van de muur grepen velen naar verboden middelen. 

Het is bovendien godgeklaagd dat regimes van allerlei strekking politieke statements maken op de rug van sporters en op die manier hun belangrijkste doelen (zoals de O.S.) in een paar uur van de kaart vegen. Toch hoeft de invloed van de samenleving niet negatief te zijn. Als sponsorgelden en televisieaandacht zich laten gelden, neemt de uitstraling van een atleet en zijn sport exponentieel toe.   

Maar het echte brandpunt van De ontdekking van Dafne is natuurlijk de loper-werper-springer, niet alleen zijn prestaties maar ook de mens die de drijvende kracht is achter de winnaar. Uitzonderlijke individuen zijn vaak niet de makkelijksten, strenger nog voor zichzelf dan voor anderen. Daarbij kunnen feiten in de marge heel wat verduidelijken: zo was tienkamper Eef Kamerbeek, 'een man die niet veel tegenspraak duldde', marinier tijdens zijn militaire dienst en liep zijn disciplinegenoot Jan Brasser de 1500m - bekend als de martelafstand - met een blauwe voet. En stoere Dafne haalde ooit een medaille met een migrainekop.

Zoals je van een journalistiek boek mag verwachten, is De ontdekking van Dafne meer dan een hall of fame. De nieuwste Kees Sluys gaat over de kracht van ambitie en het lot in eigen handen willen nemen maar evenzeer over buigen voor wat sterker is. Als een sporter moet leren winnen én leren verliezen, dan kan terugkijken daarbij helpen. De vlucht van Lissabon naar Rio duurt meer dan negen uur...

 
Quotering: ****

Uitgegeven bij Nieuw A'dam - 2016

13 juni 2016

Sándor Márai - De nacht voor de scheiding

Een wereld valt uiteen !


'De mensen houden vast aan de wet die hun leven bestuurt.'
 
De teloorgang van het Oostenrijks-Hongaarse Rijk was voor heel wat onderdanen een klap die ze niet meer te boven kwamen. Als verliezende partij aan het eind van WO I en onder druk van nationalistische bewegingen viel de multiculturele natie in 1918 uit elkaar. Vooral de hogere klasse in Oostenrijk en Hongarije verloor daarbij een sociaal-cultureel leven en status waarnaar ze altijd met heimwee zou terugverlangen. Schrijvers als Joseph Roth en Sándor Márai hebben hun oeuvre rond die niet aflatende nostalgie opgebouwd.

Kristóf Kőmíves, de hoofdpersoon uit De nacht voor de scheiding, is een stand en plichtsbewuste echtscheidingsrechter uit Budapest die in varkensleer gebonden wetboeken om zich heen heeft. In de wereld van de rechtbank, die hij kent van zijn vaders carrière, voelt hij zich veilig. '...de omgangsvormen, de discipline, de verhouding tussen ondergeschikte en superieur, ja zelfs de inrichting en atmosfeer van de rechtszalen' voelen vertrouwd aan. Het vooroorlogse universum is niet helemaal weg. Toch moet Kőmíves toegeven dat 'de tijdgeest hem beledigd heeft'. Nieuwerwetse begrippen als 'vriendschapshuwelijk' en 'proefhuwelijk' doen hun intrede. 'Het gezin maakte een besmettelijke, acute ziekte door', zo klinkt zijn gemor.

Buiten de nieuwmodische tijden met een jeugd, die zich overgeeft aan 'frivole dansmuziek' en het leven dat 'een wedloop' is geworden, sluipt er nog een gevaarlijker spelbreker het leven van Kőmíves binnen. Wanneer hij het nachtelijk bezoek krijgt van een vroegere medescholier, Imre Greiner, worden zijn vermeende steunpilaren zonder enige schroom onderuit gehaald. Menselijke driften laten zich niet in wetten en regels vangen. Dokter Greiner is op zoek naar een biechtvader die hij tegelijkertijd aanklaagt. En de wetboekvaste rechter heeft geen pleitrede voorhanden.

Budapest: zicht op de Buda-wijk aan de overkant van de Donau,
een locatie uit 'De nacht voor de scheiding'
© Scriptor
Hoewel dit boek aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog speelt, kijkt Marai, op een korte passage na, niet vooruit maar des te meer achteruit. Daarbij moet zijn hoofdpersoon onderkennen dat het vangnet uit zijn jeugd gaten vertoont. Bovendien biedt de geaardheid van het individu evenmin ruggensteun. De kwakkelende gezondheid van de midlife-man maakt het beeld van onmacht en teloorgang compleet. Het woord 'scheiding' in de titel van dit boek heeft dan ook een meervoudige betekenis.

In deze kleine roman benoemt Sándor Márai op indrukwekkende wijze allerlei vormen van verlies: een natie die als familie voelde, een wereldorde die op z'n minst schijnvastigheid bood, de liefde die even ongrijpbaar is als een bolletje kwik en de eigen ziel die een troebel water is.

Deze Hongaarse grootheid is de ongekroonde observator-analist van de condition humaine. Mocht hij nu leven, dan zou hij ook de ronddobberende mens tekenen. En net daarom is deze in 1900 geboren schrijver nog bloedactueel!


Quotering: ****½

Uitgegeven bij Wereldbibliotheek - 2006 & Rainbow - 2013

10 juni 2016

Hilde Vandermeeren - Scorpio

 Het verraad van een roos !
 

'Dit was haar territorium,
haar anonieme koninkrijk van waaruit ze regelde wie wanneer zou sterven.'   
 
Als je, zoals Fabienne, suppoost bent in het Louvre, of zoals haar vriend Claude, portier van een luxewinkel, dan 'loop je het risico te sterven van verveling'. Om hun hartslag te kunnen voelen, dalen deze Parijse personages uit Scorpio clandestien af in het dodenrijk zoals je het ondergrondse gangenstelsel van de Franse hoofdstad zou kunnen noemen. Daar kom je niet allleen stinkende riolen met ratten tegen maar evenzeer talloze beenderen en schedels van 18de en 19de eeuwse overledenen waarvoor geen plek meer was op de overvolle kerkhoven van de stad.

Wie ook probeert de volgende dag te halen is Michael, een huurmoordenaar die het tunnelcomplex als vluchtroute gebruikt. In de 280km lange catacomben kun je makkelijk verdwalen of een instortend gewelf op je kop krijgen. Toch dreigt er nog groter gevaar. Toen hij onlangs een opdracht weigerde heeft hij de toorn van Dolores, de genadeloze manager van de moorden op bestelling, over zich afgeroepen. Dat moment van zwakte - of noem het 'de stem van het geweten' - heeft alles te maken met Lukas, het zoontje van Gaelle en Bernd. Hun zekerheden komen in een mum van tijd helemaal op de helling te staan. Na een traumatiserend moment thuis wordt Gaelle wakker in een psychiatrisch ziekenhuis waar ze overgeleverd is aan sceptische artsen en politiemensen. Maar de vroegere topatlete is een vechter.

Een muur van botten en schedels in de Parijse catacomben
© Marianne van Exel 
Scorpio is een langgerekte sprint tussen vluchtenden en achtervolgers waarbij het recht van de sterkste beslist over winst of verlies. In vergelijking met haar vorige boeken heeft de toon van Hilde Vandermeeren zich verhard. En zoals het past bij een regelrechte actiethriller heeft ze het verteltempo flink opgedreven. Vrij korte, filmische scènes en snel veranderende locaties houden de intrige op snelheid. De spanning, daarentegen, komt voort uit de machteloosheid van haar personages, het gevoel door iedereen verlaten te zijn maar ook uit het opvoeren van een astmatisch jongetje of de bikkelharde en onbenaderbare Dolores die zich in een safe house heeft verschanst en natuurlijk het op tijd en stond serveren van een cliffhanger.

Voor de liefhebber van stroomstoten en hartkloppingen is Scorpio een moeilijk weg te leggen boek. Maar de schaduwkant van een actieplot is dat het genre weinig gelegenheid biedt tot verdieping. Je kunt niet hollen en stilstaan tegelijk! Dat betekent dat de karakters vrij vlak blijven, geen ontwikkeling doormaken en dat maatschappelijke achtergronden weinig ruimte krijgen.

Die beperkte reflectiemarge wordt door de schrijfster wel goed benut. De attente lezer ziet in Scorpio een verhaal over licht en donker, over letterlijke en figuurlijke spelonken, over een parallelle - maar reële - wereld waarin alle grenzen van de moraliteit overschreden worden. Uit de catacomben kun je nog ontsnappen, het schimmenrijk van het kwaad laat je nooit meer gaan. 'Er zijn tientallen mensen die in opdracht van een of ander dierbaar familielid vroegtijdig op het kerkhof terechtkomen', kun je lezen. Zelfs een spijtoptant als Michael heeft voor de rest van zijn jaren een beladen ziel. En het etiket 'schuldige' kleeft niet alleen op wie het wapen hanteert.

De bijnaam van Michael is 'de kameleon',
het dier dat als overlevingstruc van kleur kan veranderen.
© JialiangGao
Deze Westvlaamse doet ook altijd iets moois met details. Hier is dat, onder meer, het moederdagknutselwerkje van Lukas, de blinde butler, een vlag die halfstok hangt en de genetisch geteelde roos met de uitzonderlijk lange doornen. Die laatste spiegelt niet alleen in de persoonlijkheid van Dolores maar roept ook het beeld op van tegenstrijdigheden in de aard van het individu. Het aantal bloeddorstige legerofficieren en sadistische dictators die elke dag een verse roos op hun werktafel hebben staan of poëzie schrijven, zou niemand te eten willen geven.

De gediplomeerde psychologe Hilde Vandermeeren weet ook dat gedrag altijd ergens vandaan komt. En daarbij zijn jeugdervaringen zéér bepalend. Aan de conclusie dat noch het goede, noch het kwade de wereld ooit zullen verlaten ontsnapt niemand.

Hoewel de auteur deze keer een ander stijlpad heeft genomen, herken je de constante in haar werk: ze is zo muurvast dat je de indruk krijgt dat het verhaal zichzelf vertelt! Die Gouden Strop-nominatie mag een keer verzilverd worden!


Quotering: ****

Uitgegeven bij Q - 2016